Arthur Hegger

Borderline

Ze kunnen wel in een waterval van woorden hun woede en teleurstelling uiten; ze kunnen wel anderen aanklagen, maar het is heel moeilijk om te zeggen dat ze bang zijn voor een intiem contact. Wanneer iemand te dichtbij komt, hebben ze het gevoel dat er niets van hen overblijft. Ze raken zichzelf kwijt. Om zichzelf te herpakken, stoten ze iemand dan hard van zich af. Ze hebben vaak moeite om beelden van zichzelf en herinneringen aan anderen vast te houden.

Als deze beelden wegvallen, kan de ervaring van lichamelijke pijn hen doen beseffen dat ze nog bestaan. Dan beschadigen ze zichzelf. Soms is fysieke pijn beter te verdragen dan geen pijn meer te hebben. Mensen met een borderlinestoornis hebben jarenlang last van dit soort klachten.

Wat is een borderline persoonlijkheidsstoornis?

Mensen met een borderlinestoornis hebben instabiele relaties. Nu eens is iemand alles, dan weer helemaal niets. Vaak is er sprake van een geschiedenis van verbroken relaties. Ze zijn erg onzeker over wie ze zijn. Soms voelen zich sterk, maar bij een tegenslag zijn ze helemaal van de kaart en voelen ze zich van iedereen verlaten. Ze hebben het gevoel niet op iemand aan te kunnen. Ze hebben veel moeite om tegengestelde gevoelens als liefde en boosheid, vertrouwen en behoedzaamheid bij elkaar te brengen. Het is bij hen alles of niets. Kenmerkend is een gevoel van leegte. Het is dan net of ze niemand meer zijn, alsof alle grond onder hen wegvalt. Dat is een moeilijk te omschrijven ervaring. Mensen die lijden aan een borderlinestoornis hebben trouwens sowieso grote moeite om te verwoorden wat er echt in hen omgaat. 

Ze kunnen wel in een waterval van woorden hun woede en teleurstelling uiten; ze kunnen wel anderen aanklagen, maar het is heel moeilijk om te zeggen dat ze bang zijn voor een intiem contact. Wanneer iemand te dichtbij komt, hebben ze het gevoel dat er niets van hen overblijft. Ze raken zichzelf kwijt. Om zichzelf te herpakken, stoten ze iemand dan hard van zich af. Ze hebben vaak moeite om beelden van zichzelf en herinneringen aan anderen vast te houden. Als deze beelden wegvallen, kan de ervaring van lichamelijke pijn hen doen beseffen dat ze nog bestaan. Dan beschadigen ze zichzelf. Soms is fysieke pijn beter te verdragen dan geen pijn meer te hebben. Mensen met een borderlinestoornis hebben jarenlang last van dit soort klachten.

Oorzaken

Hoewel de borderline diagnose veel vaker gesteld wordt dan enige tijd geleden, is over de oorzaak van de aandoening nog niet zo veel bekend. Meestal gaat het om een combinatie van factoren: een aanleg voor impulsiviteit en stemmingswisselingen in combinatie met een heden of verleden waarin zich ingrijpende psychologische en/of maatschappelijke problemen hebben voorgedaan, vaak op zeer jonge leeftijd.

Het kenmerkende impulsieve gedrag van patiënten is iets wat waarschijnlijk al voor een deel bij de geboorte is bepaald. De oorzaak hiervoor zou kunnen zijn dat de prikkeloverdracht in de hersenen verstoord is; een stoornis in de serotoninehuishouding, die ook wordt verdacht iets met anorexia en bulimia te maken te hebben.

Veel mensen met borderline hebben een verleden waarin zich traumatische gebeurtenissen hebben voorgedaan, zoals het opgroeien in een instabiele gezinssituatie, emotionele verwaarlozing, agressie, seksueel misbruik. Dit bemoeilijkt nadien het kunnen aangaan van (langdurige) relaties. Hoewel de patiënt juist sterk behoefte heeft aan goed contact met anderen, is zij of hij erg bang om gekwetst te worden of in de steek te worden gelaten. Door de hooggespannen verwachtingen, gebeurt dit ook vaak.

Andere oorzaken zijn mogelijk het wegvallen van maatschappelijke zekerheden (familie-, buurt- en kerkleven bijvoorbeeld). Dit vergroot de eenzaamheid van de patiënt, die op zichzelf teruggeworpen raakt en zich minder veilig voelt, net als wanneer een relatie teleurstellend afloopt.

Verschijnselen

Patiënten hebben problemen met hun identiteit, vaak ook seksueel. Ze zijn vaak onzeker en verdragen kritiek slecht. Ze weten niet goed wat ze met hun leven aan moeten en hebben een ‘leeg gevoel’ van binnen. Ze hebben moeite om alleen te zijn en voelen zich snel eenzaam en in de steek gelaten.

De stemming kan sterk en snel wisselen, soms na voor buitenstaanders triviale gebeurtenissen. De patiënt reageert (in de ogen van anderen) overgevoelig en/of hevig. Ze kunnen heel boos of driftig worden en hebben deze gevoelens vaak slecht onder controle.

Mensen en situaties zijn helemaal goed of helemaal fout. Tussenwegen bestaan niet, dus als iemand niet aan de hooggespannen verwachtingen voldoet, kan de mening van de patiënt zeer sterk omslaan. Dit kan problemen geven op het werk en in relaties. Ze hebben de neiging om bepaalde mensen erg over te waarderen en anderen juist volledig te vernederen.

Mensen met een borderline stoornis nemen beslissingen zonder er eerst goed over na te denken. Dit kan zich ook uiten in eetstoornissen, wisselende seksuele relaties, geldverkwisting en alcohol- of drugsmisbruik, en suïcidepogingen.

De spanningen kunnen ontladen in automutilatie (opzettelijke zelfverwonding) bijvoorbeeld krassen in de onderarmen en gedachten aan of pogingen tot zelfmoord.

Psychische verwardheid met wanen en/of hallucinaties, het horen van stemmen. Ze zijn bijvoorbeeld overmatig achterdochtig en ervaren de wereld om hen heen als onwerkelijk. Meestal duren deze verschijnselen slechts enkele uren maar zijn voor de patiënt erg beangstigend. Ze treden vaak op in periodes van stress.

Een voorbeeld

Martha beschadigt zichzelf in ernstige mate. Ze doet dat op momenten dat iemand te dichtbij komt. Ze wordt dan angstig. Maar ze doet dat ook als iemand met wie ze een sterke band heeft, onbereikbaar is. Ze heeft dan het gevoel dat iemand er niet meer is, helemaal verdwenen is. Martha kan in de groepstherapie heel invoelend zijn en scherp waarnemen wat in een ander omgaat. Zodra de aandacht op haar gevestigd wordt, reageert ze nors en teruggetrokken. Ze wordt boos als de behandelaar haar wijst op deze tegenstrijdigheid. 

Maar ze kan ook om een heel andere reden boos worden. Op een keer vliegt ze op en roept dat de behandelaar toch niet in haar geïnteresseerd is. De behandelaar vraagt waar ze dat uit opmaakt. Ze zegt dan dat ze wel zag dat hij naar buiten keek. Ze interpreteerde dat als gebrek aan interesse. Als de behandelaar uitlegt dat hij op zich in liet werken wat ze juist daarvoor had gezegd, wordt ze rustiger. Martha moet dan huilen. Ze heeft verdriet omdat ze zich zo verlaten voelt.

De borderlinestoornis in ontwikkelingsperspectief

Uit de beschrijving van de borderlinestoornis zal duidelijk zijn dat het zelfbeeld en het beeld van een ander uiterst fragiel en kwetsbaar is. Iemand met een borderlinestoornis kan zichzelf echt kwijt zijn en het gevoel hebben dat een ander er niet meer is.

De zelfbeleving en het beeld van een ander ontstaan bij een jong kind niet in het luchtledige. Wanneer alles goed gaat, leert een kind zichzelf kennen door te handelen en doordat anderen zijn ervaringen weerspiegelen. We ontwikkelen én ontdekken onszelf als we merken invloed te kunnen uitoefenen.

Fonagy laat op grond van een hele reeks van onderzoeken zien dat een baby zichzelf ontwikkelt in een gehechtheidsrelatie. Als het leeft in een betrouwbare omgeving waarin het spelenderwijs kan leren, waarin passende woorden gegeven worden aan innerlijke ervaringen en waarin in geval van contactverlies pogingen tot herstel worden ondernomen, versterkt dat het vertrouwen in de eigen waarnemingen. Het kind leert dat eigen gedachten en gevoelens, wensen en ideeën meetellen en dat deze innerlijke wereld door anderen aangevoeld en gerespecteerd wordt. Het leert zichzelf en anderen kennen.

Mentaliseren

Op grond van zulke ervaringen leert een kind te mentaliseren. Dit is het vermogen om te kunnen nadenken over eigen denken, ideeën, wensen, fantasieën. Het bevat ook het vermogen om te kunnen onderscheiden wat er zich van binnen afspeelt en wat bij een ander leeft. Mensen met een borderlinestoornis missen het vermogen tot mentaliseren. Aan de ene kant kunnen ze binnenwereld en buitenwereld moeilijk onderscheiden. Ze zijn geneigd om wat ze van binnen beleven op te vatten als externe realiteit. ‘Wat ik denk, is de realiteit van een ander.’ Martha meent dat het wegkijken van de behandelaar ongeïnteresseerdheid is en dus is het zo. Aan de andere kant kan hun innerlijke wereld helemaal los staan van de buitenwereld. Als Martha gewezen wordt op het verschil tussen haar vermogen anderen aan te voelen en haar onvermogen om in de belangstelling te staan, dan heeft dat volgens haar niets met elkaar te maken. Het is karakteristiek voor de borderlinestoornis dat tussen deze beide benaderingen heen en weer gesprongen wordt.

De behandeling dient het mentaliseren te bevorderen. Daardoor kan iemand meer grip op zichzelf en op de externe realiteit krijgen. Dit gebeurt door vragen te stellen als:

  • Wat maak je op uit wat er gebeurd is?
  • Waarom denk je dat hij dat zei?
  • Ik vraag me af of dat te maken heeft met wat je gisteren vertelde?
  • Misschien voelde je dat ik je veroordeelde?
  • Waarom denk je dat hij zich tegenover jou zo gedroeg zoals hij gedaan heeft?

De bedoeling is dat iemand leert te verwoorden wat er van binnen leeft en checkt of de innerlijke wereld klopt met de realiteit van een ander.

Kunnen naastbetrokkenen een rol spelen bij het leren mentaliseren?

Het vermogen om te mentaliseren ontwikkelt zich het beste in een omgeving, waarin een zekere mate van betrouwbaarheid heerst, waar woorden worden gegeven aan heftige emoties en waar ruimte is om spelenderwijs te leren (niet alles hoeft besproken te worden). Ongetwijfeld gaat er veel mis in het contact, maar wanneer pogingen gedaan worden om tot contactherstel te komen, draagt dat bij aan het mentaliseren. Naastbetrokkenen kunnen het mentaliseren bevorderen door zo’n omgeving te helpen creëren. 

Het is belangrijk dat afspraken nagekomen worden en dat een duidelijke uitleg volgt als afspraken niet nagekomen of gewijzigd worden. Het helpt als heftige emoties geen destructieve uitwerking hebben in het contact. Belangstellende vragen zoals hierboven beschreven, helpen. Op een niet aanvallende manier open kaart spelen over de eigen motieven, maakt het mogelijk om te onderscheiden wat eigen overwegingen zijn en wat die van een ander.

Wanneer het lukt om samen ergens schik om te hebben, kan dat veel goed doen. Je hoeft dan niet alles te vertellen, maar je hebt toch de positieve ervaring dat je elkaar begrijpt. Het is een vorm van spelenderwijs contact hebben. Ook een contact waarbij je in een kamer allebei met verschillende zaken bezig bent en toch het gevoel houdt samen te zijn, is waardevol.

Tenslotte is het voor naastbetrokkenen goed om in de voortdurende druk die op hen wordt uitgeoefend, hun eigen vermogen tot mentaliseren op peil te houden. Dat gebeurt door contacten met goede vrienden vast te houden.

Literatuur

Bateman, A. & Fonagy, P (2004). Psychotherapy for Borderline Personality Disorder. Mentalisation-based Treatment. Oxford: Oxford University Press.

Fonagy, P. (2001). Attachment Theory and Psychoanalysis. New York: Other Press.

Aanvullend

Omgaan met Borderline, een praktische gids voor naastbetrokkenen, Erwin van Meekeren en Hans de Jong, uitgeverij Boom, € 27,20thur Hegger

Arthur Hegger

Contact ons